In deze zaak stond centraal of een motorvoertuig dat oorspronkelijk als bromfiets was goedgekeurd, maar door wijzigingen een hogere maximumsnelheid kan bereiken dan 45 km/h, nog steeds als bromfiets kan worden aangemerkt. De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het rijden zonder het vereiste rijbewijs A op een motorscooter die sneller kon rijden dan 50 km/h.
De verdediging stelde dat het voertuig een bromfiets bleef omdat het bij fabricage als zodanig was gekeurd en voorzien van een goedkeuringsmerk. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat wijzigingen aan het voertuig kunnen leiden tot een wijziging van de voertuigcategorie. De maximumsnelheid, bepaald door de constructie, is bepalend voor de classificatie.
De Hoge Raad verwees naar de relevante wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest van 6 november 1992, en concludeerde dat een motorvoertuig met een maximumsnelheid boven 45 km/h als motorfiets moet worden beschouwd. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.