ECLI:NL:HR:2016:823

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2016
Publicatiedatum
10 mei 2016
Zaaknummer
15/00005
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
  • Y. Buruma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak over voorwaardelijk opzet met cocaïnetassen

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 december 2014, waarin hij werd veroordeeld voor betrokkenheid bij het vervoer van tassen gevuld met cocaïne. De advocaat van verdachte stelde middelen van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2016 bevestigt daarmee het oordeel van het Gerechtshof Den Haag. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte blijft staan. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.

Uitspraak

19 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/00005
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 december 2014, nummer 22/003516-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Raza, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 april 2016.