ECLI:NL:HR:2016:866

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2016
Publicatiedatum
17 mei 2016
Zaaknummer
15/02050
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 425 lid 3 SvArt. 3 onder h en j Regeling aantekening mondeling vonnisArt. 359 lid 4, 6, 7 en 8 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken beslissing strafbaarheid en strafoplegging in hofarrest

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het middel klaagde terecht dat de aantekening van het mondelinge arrest van het hof geen beslissing bevatte omtrent de strafbaarheid van verdachte, noch de bijzondere redenen voor de strafoplegging vermeldde, zoals vereist volgens art. 425 lid 3 Sv Pro en de Regeling aantekening mondeling vonnis.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover het hof geen beslissing had genomen over strafbaarheid en strafoplegging. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden voor het eerste middel, maar dat het tweede middel gegrond was vanwege het ontbreken van de vereiste beslissingen in de aantekening.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor dat deel en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing omtrent strafbaarheid en strafoplegging. Voor het overige werd het beroep verworpen. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 17 mei 2016.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing over strafbaarheid en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

17 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/02050
ABG/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 april 2015, nummer 23/004698-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover daarbij geen beslissing is genomen omtrent de strafbaarheid van de verdachte alsmede wat betreft de strafoplegging en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt onder meer dat 's Hofs aantekening van het mondelinge arrest ten onrechte noch een beslissing bevat omtrent de strafbaarheid van de verdachte noch een vermelding van de bijzondere redenen die de straf heeft bepaald.
3.2.1.
De aantekening van een mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van een hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197, hierna: de Regeling).
3.2.2.
Art. 3 van Pro de Regeling houdt onder h en onder j in dat de aantekening de navolgende gegevens dient te bevatten:
"h. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte(n) en het (de) feit(en), eventueel met de gronden daarvoor;
(...)
j. opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv."
3.3.
Het middel klaagt terecht dat 's Hofs aantekening van het mondelinge arrest niet voldoet aan voormelde eisen.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover het Hof heeft verzuimd te beslissen omtrent de strafbaarheid van de verdachte alsmede wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 mei 2016.