Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
17 mei 2016.
Hoge Raad
De aanvraagster werd door de Politierechter veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens, wat kan leiden tot bevoordeling bij uitkeringen. Tegen dit vonnis werd een aanvraag tot herziening ingediend bij de Hoge Raad.
De aanvraag baseerde zich op het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin een medeverdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs. De aanvraagster stelde dat deze vrijspraak, indien bekend geweest bij de Politierechter, tot haar vrijspraak had moeten leiden.
De Hoge Raad herhaalt het uitgangspunt dat de enkele vrijspraak van een medeverdachte niet automatisch een nieuw gegeven vormt in de zin van artikel 457 lid 1 sub c Sv Pro. De vrijspraak kan wel onder bijzondere omstandigheden als nieuw gegeven gelden, maar die omstandigheden zijn hier niet aanwezig.
Daarom verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening kennelijk ongegrond en wijst deze af. Het vonnis van de Politierechter blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de veroordeling van de aanvraagster.