Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Deurne,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
20 mei 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een civiel geschil tussen eiser en Rabobank, waarbij eiser door de rechtbank was veroordeeld tot betaling van een bedrag aan Rabobank. Eiser stelde hoger beroep in, maar tijdens de procedure trok zijn advocaat zich terug. Volgens het pilotreglement had het hof de zaak moeten aanhouden en eiser de gelegenheid moeten geven een nieuwe advocaat te stellen en de memorie van grieven in te dienen.
Het hof verleende echter op de datum van onttrekking van de advocaat ambtshalve akte niet-dienen en verklaarde eiser later niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens het niet indienen van grieven. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd was met de artikelen 6.2 en 6.3 van het pilotreglement, die voorschrijven dat de zaak moet worden aangehouden en dat een nieuwe advocaat eenmalig uitstel kan krijgen voor het indienen van grieven.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en de rolbeslissing, wees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling, en veroordeelde Rabobank in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het belang van correcte toepassing van het pilotreglement en het recht op een eerlijk proces benadrukt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en rolbeslissing van het hof wegens schending van het pilotreglement en wijst de zaak terug voor verdere behandeling.