ECLI:NL:HR:2016:960

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
25 mei 2016
Zaaknummer
14/05109
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen bij diefstal met geweld en bedreiging tegen politieagent

In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte medepleger kon worden gehouden van diefstal gevolgd door geweld en bedreiging tegen een politieagent, waarbij onder meer tegen een politieauto werd aangereden. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld ondanks dat niet was vastgesteld wie de bestuurder van de auto was.

De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld over medeplegen zonder vaststelling van de bestuurder. De Hoge Raad overwoog echter dat het hof terecht had geoordeeld dat het niet essentieel is wie precies achter het stuur zat, omdat verdachte en zijn medeverdachten bewust en nauw hadden samengewerkt, en de kans op aanrijding met de politieauto aanmerkelijk was toegenomen door hun handelen.

De Hoge Raad volgde het advies van de Advocaat-Generaal en verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee werd het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.

Uitspraak

24 mei 2016
Strafkamer
nr. S 14/05109
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2014, nummer 23/004778-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 mei 2016.