Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
6 juni 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 oktober 2015. Het beroep richtte zich op de strafmotivering en het gebruik van een verklaring van een persoon die niet als getuige was beëdigd.
De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte verworpen en daarmee het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel als voorzitter, en raadsheren Buruma en Van Strien, in aanwezigheid van de waarnemend griffier L. Nuy.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Gerechtshof Amsterdam.