Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:1041

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2017
Publicatiedatum
8 juni 2017
Zaaknummer
17/00637
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:22 Algemene wet bestuursrechtArt. 10.21 Wet milieubeheerArt. 10.22 Wet milieubeheerArt. 8:14 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake afvalstoffenheffing gemeente Maasgouw

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, waarin het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Limburg over een aanslag afvalstoffenheffing 2013 werd behandeld.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en wees het verzoek tot teruggave van griffierecht af, omdat geen samenhang bestond met een andere zaak bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bevestigd.

Uitspraak

9 juni 2017
Nr. 17/00637
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 12 januari 2017, nr. 15/01057, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nrs. AWB/ROE 14/3772 en AWB/ROE 14/3773) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing van de gemeente Maasgouw.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie HR 7 februari 1973, nr. 16885, BNB 1973/69).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Griffierecht

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek van belanghebbende om teruggave van griffierecht omdat, anders dan belanghebbende betoogt, geen sprake is van samenhang als bedoeld in artikel 8:14 Awb Pro tussen de onderhavige zaak en de zaak die bij de Hoge Raad is geregistreerd onder nummer 17/00638.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.