Uitspraak
gevestigd te Den Haag,
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
4.Beslissing
27 januari 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beleggingsadviesrelatie tussen Staalbankiers en haar cliënten centraal. De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld dat de bank haar zorgplicht had geschonden door onjuist advies te geven, wat tot schade bij de beleggers leidde.
Staalbankiers stelde in cassatie dat de beleggers eigen schuld hadden aan de geleden schade, een verweer gebaseerd op artikel 6:101 BW Pro. De Hoge Raad oordeelde echter dat dit verweer niet slaagde en dat de bank toerekenbaar tekort was geschoten in haar zorgplicht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. De bank werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Staalbankiers werd verworpen en de bank werd veroordeeld in de kosten.