ECLI:NL:HR:2017:1087

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2017
Publicatiedatum
13 juni 2017
Zaaknummer
16/00577
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 ROArt. 311.4 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de eerste tot en met vierde middelen niet tot cassatie konden leiden. Het vijfde middel klaagde terecht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase vanwege te late toezending van stukken door het hof.

Hoewel de redelijke termijn werd overschreden, achtte de Hoge Raad dat gezien de aard van de straf (acht maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk) en de mate van overschrijding, geen rechtsgevolg aan deze overschrijding moest worden verbonden. Het beroep werd daarom verworpen, maar het arrest werd vernietigd voor de strafduur en verminderd.

Uitkomst: De straf werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep werd verder verworpen.

Uitspraak

13 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/00577
CeH/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 15 december 2015, nummer 24/000284-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste tot en met vierde middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het vijfde middel

3.1.
Het vijfde middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 juni 2017.