Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Beslissing
13 juni 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, met vermindering daarvan, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de eerste tot en met vierde middelen niet tot cassatie konden leiden. Het vijfde middel klaagde terecht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase vanwege te late toezending van stukken door het hof.
Hoewel de redelijke termijn werd overschreden, achtte de Hoge Raad dat gezien de aard van de straf (acht maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk) en de mate van overschrijding, geen rechtsgevolg aan deze overschrijding moest worden verbonden. Het beroep werd daarom verworpen, maar het arrest werd vernietigd voor de strafduur en verminderd.
Uitkomst: De straf werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep werd verder verworpen.