Conclusie
eerste en tweede middellenen zich voor gezamenlijke bespreking nu zij zich richten tegen de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
Bewijsoverwegingen
9.Het eerste en tweede middelfalen.
derde middelklaagt dat het hof in strijd met art. 311, vierde lid, Sv de verdachte niet het recht heeft gelaten het laatst te spreken.
17.Het derde middel faalt.
vierde middelklaagt dat het hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Oplegging van straf
23.Het vierde middelfaalt.
vijfde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden.