Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.De aanvraag tot herziening
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
13 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de aanvrager werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder het opzettelijk bewegen van een minderjarige tot het dulden van ontuchtige handelingen. De aanvraag tot herziening betrof de betrouwbaarheid van het leeftijdsonderzoek dat de minderjarigheid van het slachtoffer moest vaststellen.
De aanvrager stelde dat de bewezenverklaring omtrent de minderjarigheid van het slachtoffer uitsluitend gebaseerd was op een leeftijdsonderzoek dat gebruikmaakte van door Tanner ontworpen criteria, die later door Tanner zelf waren bekritiseerd. Dit zou een nieuw gegeven zijn dat tot herziening moest leiden.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de bewezenverklaring niet alleen steunt op het leeftijdsonderzoek, maar ook op de waarneming van een opsporingsambtenaar dat het slachtoffer er jong uitzag en niet ouder kon zijn dan twaalf à dertien jaar, alsmede op opmerkingen van de aanvrager en het slachtoffer zelf. De kritiek op de gebruikte criteria in het leeftijdsonderzoek bracht geen twijfel aan de betrouwbaarheid van het onderzoek in deze zaak.
Daarom werd de aanvraag tot herziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Het arrest bevestigt de eerdere veroordeling en onderstreept de waardering van verschillende bewijsmiddelen bij de vaststelling van minderjarigheid.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af en bevestigt de bewezenverklaring omtrent de minderjarigheid van het slachtoffer.