ECLI:NL:HR:2011:BP1285
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- J.P. Balkema
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep verworpen in zaak ontuchtige handelingen met minderjarigen en bezit van video-opnames
Verdachte heeft gedurende langere tijd minderjarige meisjes onder valse voorwendselen bij zich laten komen en ontuchtige handelingen met hen verricht. Tevens maakte hij video-opnames van deze handelingen en hield hij de banden daarvan in zijn bezit. In hoger beroep en cassatie werden diverse middelen aangevoerd, waaronder een klacht over overschrijding van de redelijke termijn en bezwaren tegen de doorzoeking van zijn woning.
De Hoge Raad beoordeelde het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase werd verworpen omdat de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep werd afgedaan, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn werd gecompenseerd.
De overige middelen konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en verwierp het beroep van verdachte. Dit arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 8 maart 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte wegens ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes en bezit van video-opnames.