Belanghebbende verkreeg percelen grond met het oogmerk een golfbaan aan te leggen. Na diverse grondbewerkingen en aanlegwerkzaamheden stelde de Inspecteur dat de percelen geen bouwterrein waren in de zin van de Wet OB, waardoor overdrachtsbelasting verschuldigd was. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de golfbaan zich niet leent voor zelfstandig gebruik, waardoor de vrijstelling niet van toepassing was.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte alleen het perspectief van een speler heeft betrokken bij de vraag naar zelfstandig gebruik van de golfbaan, zonder te toetsen of de golfbaan en het clubhuis als afzonderlijke onroerende zaken juridisch of fysiek te onderscheiden zijn. Hierdoor heeft het Hof een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de juiste juridische maatstaven. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.