Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's‑Hertogenboschvan 30 maart 2018, nr. 17/00432, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Na eerdere procedures bij verschillende gerechtshoven waarbij uitspraken werden vernietigd en zaken werden verwezen voor verdere behandeling, stelde belanghebbende opnieuw beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.
De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende, maar oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen reden om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd zonder inhoudelijke bespreking van de onderliggende belastingzaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en belanghebbende wordt niet in de proceskosten veroordeeld.