Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor diefstal van een kluis uit een hotelkamer. Het hof had geoordeeld dat verdachte medepleger was omdat hij tijdens het strafbare feit nauw en bewust samenwerkte met anderen.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof dat de bijdrage van verdachte tijdens de diefstal als medeplegen moet worden aangemerkt. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 20 juni 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van diefstal wordt bevestigd.