ECLI:NL:HR:2017:1145

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2017
Publicatiedatum
22 juni 2017
Zaaknummer
17/00513
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingrechtelijke herzieningszaak

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag betreffende een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, na het horen van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie zonder inhoudelijke behandeling van de klachten.

Het arrest is gewezen door de raadsheer Wortel als voorzitter, samen met de raadsheren Groeneveld en Beukers-van Dooren, en is op 23 juni 2017 in het openbaar uitgesproken. De zaak betreft bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke aspecten rondom de herziening van eerdere gerechtelijke uitspraken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of onvoldoende gronden.

Uitspraak

23 juni 2017
Nr. 17/00513
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 28 december 2016, nr. BK‑14/00649 en BK-14/00650, betreffende het verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraken van het Hof van 11 januari 2013, nrs. 11/00889 en 11/00890.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2017.