ECLI:NL:GHDHA:2016:4048
Gerechtshof Den Haag
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening belastingaanslagen en boetes na verwijzing Hoge Raad
Verzoeker heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen uitspraken van het Gerechtshof Den Haag van 11 januari 2013, waarin navorderingsaanslagen en boetes voor de jaren 1990 tot en met 2000 zijn vastgesteld. Deze uitspraken volgden op verwijzingen van de Hoge Raad na eerdere cassatieprocedures.
De kern van het verzoek betrof de vermeende onrechtmatige verkrijging van bewijs door de Belastingdienst via microfiches van de KB-Luxbank. Verzoeker stelde dat dit bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de Inspecteur vooringenomen had gehandeld. De Inspecteur betwistte dit en voerde aan dat verzoeker niet aan zijn stelplicht had voldaan en dat de feiten hem eerder bekend hadden kunnen zijn.
Het Hof overwoog dat de wijze van bewijsvergaring niet relevant is voor de vraag of verzoeker opzet had om minder belasting te betalen. Het Hof nam aan dat de navorderingsaanslagen terecht waren vastgesteld en dat de Inspecteur alleen hoefde aan te tonen dat het opzet van verzoeker was dat te weinig belasting werd geheven. De aangevoerde feiten en omstandigheden zouden niet tot andere uitspraken hebben geleid. Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen.
Het Hof oordeelde tevens dat de hoogte van de boetes passend en geboden was, ook na matiging tot 64 procent van de boetegrondslag. Verzoeker werd niet in de proceskosten of griffierecht veroordeeld. De uitspraak werd op 28 december 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de belastingaanslagen en boetes wordt afgewezen.