Belanghebbende heeft in juli 2013 twee omgevingsvergunningen aangevraagd voor woningbouwprojecten met geschatte bouwkosten van respectievelijk €1.375.000 en €1.875.000. Voor de behandeling van deze aanvragen werden tweemaal €100.335 aan leges geheven op basis van een tarieventabel in de Verordening leges omgevingsvergunning 2013 van de gemeente Rotterdam.
Het Hof oordeelde dat de toepassing van deze tabel, waarbij een overschrijding van een tariefklasse met €0,01 leidt tot een disproportionele stijging van de leges, willekeurig en onredelijk was en daarom onverbindend. Het Hof vond dat dit systeem niet strookte met de bevoegdheid die de wetgever gemeenten heeft gegeven onder artikel 229, lid 1, letter b, van de Gemeentewet.
De Hoge Raad stelde echter vast dat gemeenten binnen de wettelijke kaders vrij zijn om heffingsmaatstaven te kiezen die passen bij hun beleid en praktijk, waaronder het hanteren van tariefklassen gerelateerd aan bouwkosten. De verschillen in leges tussen de tariefklassen zijn niet zodanig dat zij in strijd zijn met de wet of algemene rechtsbeginselen zoals het gelijkheidsbeginsel.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraken van de Rechtbank, en verklaarde de beroepen bij de Rechtbank ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.