ECLI:NL:HR:2017:1180

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2017
Publicatiedatum
29 juni 2017
Zaaknummer
17/01095
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake boetebeschikking 2007

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over een boetebeschikking opgelegd voor het jaar 2007. Deze zaak betrof een vervolg op een eerdere cassatieprocedure waarbij de Hoge Raad het vonnis van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde en de zaak verwees naar het Hof in 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.

In de tweede cassatieprocedure stelde belanghebbende twee middelen voor, waarop de Staatssecretaris van Financiën een verweerschrift indiende. De Hoge Raad oordeelde dat deze middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

30 juni 2017
Nr. 17/01095
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 20 januari 2017, nr. 15/01049, betreffende de aan belanghebbende ter zake van het jaar 2007 opgelegde boetebeschikking.

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 26 juni 2015, nr. 13/04067, ECLI:NL:HR:2015:1736, BNB 2015/178, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (nr. 12/00549), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2017.