Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
3. Beoordeling van de door belanghebbende voorgestelde middelen
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde een Chinees-Indisch restaurant en kreeg naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen (LB/PVV) opgelegd over de jaren 2003 tot en met 2007, inclusief boetebeschikkingen. De Inspecteur stelde dat personeel werkzaam was zonder opname in de loonadministratie, wat werd bevestigd door controles van de Arbeidsinspectie. De Rechtbank vernietigde grotendeels de aanslagen en boetes, maar het Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde deze uitspraak deels en stelde hogere naheffingsaanslagen en boetes vast.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch met instructies. Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat na verwijzing de materiële heffing vaststaat en alleen de boete over 2007 ter beoordeling staat. Het Hof concludeerde dat sprake is van (voorwaardelijke) opzet van belanghebbende bij het niet afdragen van loonheffing en matigde de boete met 15% wegens toepassing van artikel 27e AWR en met nog eens 15% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het Hof verwierp matiging wegens financiële omstandigheden omdat belanghebbende geen inzicht gaf. Ook oordeelde het Hof dat cumulatie van boetes niet aan de orde is. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen over 2003-2005, en matigde de aanslag en boete over 2006-2007 tot respectievelijk €27.261 en €11.005.
Uitkomst: De boete over 2007 wordt bevestigd met matiging tot €11.005 en de naheffingsaanslagen over 2003-2005 worden vernietigd.