De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor witwassen van contant geld afkomstig uit prostitutiewerkzaamheden van vijf slachtoffers.
Het hof had bewezen verklaard dat verdachte het geld had verworven, omgezet en/of gebruikt terwijl hij wist dat het uit misdrijf afkomstig was. Verdachte werd veroordeeld tot betaling van € 88.925,- aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers, met vervangende hechtenis van 563 dagen bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een langere vervangende hechtenis oplegde dan wettelijk is toegestaan (maximaal één jaar bij samenloop). Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidt tot vermindering van de gevangenisstraf van acht naar zeven jaar en zes maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en vervangende hechtenis, paste deze aan en verwierp het beroep voor het overige. De opgelegde bedragen aan de Staat werden omgezet in dagen hechtenis binnen de wettelijke grenzen.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van witwassen bij het omzetten en gebruik van uit eigen misdrijf afkomstige gelden en benadrukt de wettelijke grenzen aan vervangende hechtenis en de naleving van de redelijke termijn.