ECLI:NL:HR:2017:1230

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2017
Publicatiedatum
5 juli 2017
Zaaknummer
16/00200
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 69 AWRArt. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens termijnoverschrijding bij valsheid in geschrift en onjuiste belastingaangifte

De zaak betreft een cassatieberoep van een rechtspersoon tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over valsheid in geschrift en het medeplegen van onjuiste belastingaangifte met betrekking tot valse facturen die werden gebruikt om het systeem van heffing van omzetbelasting te misbruiken.

De Hoge Raad beoordeelt verschillende middelen van cassatie, waaronder bewijsklachten over de onjuistheid van facturen en het opzet bij valsheid in geschrift en onjuiste belastingaangifte. Deze middelen kunnen niet leiden tot cassatie en behoeven geen nadere motivering omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde geldboete van €72.500 naar €70.000.

De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van de geldboete en verwerpt het cassatieberoep voor het overige. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van €72.500 naar €70.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

4 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/00200
CeH/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 11 november 2014, nummer 21/004909-13, in de strafzaak tegen:
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.M. Smetsers, advocaat te Nijmegen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 72.500,-.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 70.000,-bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juli 2017.