ECLI:NL:HR:2017:1267

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2017
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
17/01169
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 2 Wet BOPZ
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen voorlopige machtiging op grond van de Wet BOPZ

In deze zaak heeft betrokkene cassatie ingesteld tegen de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland inzake een voorlopige machtiging op grond van de Wet BOPZ. De rechtbank had op 5 juli 2016 en 6 december 2016 beslissingen genomen, die aan deze beschikking gehecht zijn.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat van betrokkene reageerde op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal die strekte tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten en oordeelde dat deze niet leiden tot cassatie, mede omdat de klachten niet vragen om beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft daarom het cassatieberoep verworpen en de beschikking in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017 door raadsheer G. de Groot. Hiermee blijft de voorlopige machtiging op grond van de Wet BOPZ in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de voorlopige machtiging op grond van de Wet BOPZ blijft in stand.

Uitspraak

7 juli 2017
Eerste Kamer
17/01169
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/17/149291/BZ RK 16-385 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 juli 2016 en 6 december 2016 (verbeterd bij beschikking van 19 december 2016).
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 13 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
7 juli 2017.