Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in de eindbeschikkingzich niet definitief heeft uitgesproken over het verzoek van de advocaat namens betrokkene om aanhouding van de behandeling totdat een beslissing is genomen over de klacht die betrokkene op grond van art. 41 Wet Pro Bopz had ingediend, althans dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom die beslissing niet kan worden afgewacht. Het middelonderdeel klaagt daarnaast dat de rechtbank
in de tussenbeschikkingniet voldoende heeft gemotiveerd waarom zij geen aanleiding voor aanhouding ziet. Ter toelichting op beide klachten is betoogd dat het oordeel van de klachtencommissie over de wijze waarop betrokkene in de inrichting is behandeld van betekenis kan zijn voor de beoordeling van de bereidheid van betrokkene om in deze verpleeginrichting te verblijven. De klachtencommissie heeft alle klachten van betrokkene gegrond verklaard en overwogen dat het handelen en nalaten door Nieuw Toutenburg onrechtmatig is te achten.