Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 juli 2017.
Hoge Raad
Verdachte, geboren in 1997, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 maart 2016 waarin hij werd veroordeeld voor poging tot gekwalificeerde diefstal. De advocaat van verdachte diende een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens wees de Hoge Raad op het onjuist gebruik van de Amsterdamse oriëntatiepunten jeugd, die betrekking hebben op voltooide delicten, terwijl het hier ging om een poging.
Het arrest werd gewezen op 11 juli 2017 door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot gekwalificeerde diefstal.