ECLI:NL:HR:2017:1316

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
11 juli 2017
Zaaknummer
16/02143
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449 SvArt. 450 SvArt. 451 SvArt. 452 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep zonder persoonsgegevens verdachte

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van een verdachte verworpen die werd aangeduid zonder zijn persoonsgegevens in een eerdere rechterlijke beslissing. Volgens de Hoge Raad volgt uit artikel 449 tot Pro en met 452 van het Wetboek van Strafvordering dat een verdachte die niet bij naam is genoemd in een einduitspraak, geen rechtsmiddel kan instellen zonder dat zijn persoonsgegevens bekend zijn gemaakt.

De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat de persoonsgegevens van de verdachte pas na het verstrijken van de beroepstermijn alsnog bekend zijn geworden, niet kan voorkomen dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dit betekent dat de procedurele eis van bekendmaking van persoonsgegevens strikt wordt gehanteerd.

De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgt dit advies zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 juli 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid door ontbreken tijdige bekendmaking van persoonsgegevens.

Uitspraak

11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/02143
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 april 2016, nummer 23/003502-15, in de strafzaak tegen:
NN AD20001 M 150826 1805, zich noemende [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2017.