ECLI:NL:HR:2017:1320

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juli 2017
Publicatiedatum
12 juli 2017
Zaaknummer
15/05660
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep bij poging tot gekwalificeerde diefstal en vernieling

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot gekwalificeerde diefstal en vernieling. Verdachte probeerde een hoeveelheid koper te stelen en daarbij een koelinstallatie en koelbatterijen te vernielen.

De advocaat van verdachte diende een schriftuur in, maar de Advocaat-Generaal concludeerde dat het beroep met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit omdat het Openbaar Ministerie (OM) de opgelegde gevangenisstraf van een week reeds had geëxecuteerd vóór de behandeling in hoger beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat verdachte onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Tevens werd het verzoek tot benoeming van een gedragsdeskundige voor onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verdachte afgewezen.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk en wees het beroep af. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 11 juli 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.

Uitspraak

11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 15/05660
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 december 2015, nummer 21/005055-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juli 2017.