ECLI:NL:PHR:2017:640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping niet-ontvankelijkheid en afwijzing gedragsdeskundig onderzoek in poging tot gekwalificeerde diefstal en vernieling
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld door het hof Arnhem-Leeuwarden voor poging tot diefstal met braak en vernieling, met een gevangenisstraf van één week die reeds was geëxecuteerd. De verdediging stelde in hoger beroep een verweer in tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, omdat de straf al was uitgevoerd voordat het hoger beroep werd behandeld. Dit verweer werd door het hof verworpen, omdat geen sprake was van een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde die een niet-ontvankelijkverklaring rechtvaardigt.
Daarnaast verzocht de verdediging om benoeming van een gedragsdeskundige om de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte te onderzoeken, gezien diens diagnose schizofrenie en medicatiegebruik. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat het aanwezige reclasseringsrapport en verklaringen voldoende waren om de strafbaarheid te beoordelen en dat niet aannemelijk was dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar was.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de middelen onvoldoende grond bieden om het oordeel van het hof aan te tasten. De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste maatstaven heeft toegepast bij de beoordeling van de procesorde en het verzoek tot deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.