Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2000 tot en met 2004.
Eerder had de Hoge Raad uitspraken van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak terugverwezen naar het Hof Arnhem-Leeuwarden. Na behandeling door dit hof werd het beroep in cassatie ingesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën verweer voerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Het arrest werd op 14 juli 2017 door de Hoge Raad gewezen en het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.