Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 februari 2017. Dit arrest bevestigde de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant inzake de aanslagen onroerendezaakbelasting voor het jaar 2014 betreffende een onroerende zaak te Vught.
De Hoge Raad beoordeelde de ingediende klachten van belanghebbende en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarnaast achtte de Hoge Raad geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2017.