Uitspraak
gevestigd te Cascais, Portugal,
gevestigd te Leiderdorp,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
14 juli 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de uitleg van een Membership Agreement tussen Pharmis Biofarmacêutica LDA en PanGenerika B.V. centraal. De feiten en eerdere vonnissen van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam vormden de basis voor het cassatieberoep.
Pharmis stelde zich in cassatie op het standpunt dat het arrest van het gerechtshof onjuist was, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep van Pharmis af en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de uitleg van de overeenkomst zoals vastgesteld in de lagere instanties gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Pharmis wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.