Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 februari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd vrijgesproken van het zich door middel van een geautomatiseerd werk of communicatiedienst toegang verschaffen tot kinderporno. De Hoge Raad onderzoekt de uitleg van art. 240b Sr, dat sinds 2010 is verruimd ter implementatie van het Verdrag van Lanzarote.
Het Hof had geoordeeld dat voor bewezenverklaring van het zich toegang verschaffen gebruik moest zijn gemaakt van technologische middelen zoals versleuteling of een besloten netwerk. De Hoge Raad stelt dat deze uitleg te beperkt en onjuist is, omdat het zich toegang verschaffen ook andere vormen kan omvatten en niet alleen die met versleuteling of besloten netwerken.
De Hoge Raad benadrukt dat het opzet gericht moet zijn op het verkrijgen van toegang tot kinderporno, maar dat het enkele bekijken daarvan niet strafbaar is. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde beoordeling met een juiste uitleg van art. 240b Sr.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de strafbaarstelling van het zich toegang verschaffen tot kinderporno en benadrukt het belang van een juiste interpretatie van de wetsgeschiedenis en internationale verplichtingen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met een juiste uitleg van art. 240b Sr.