Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
6 juni 2017.
Hoge Raad
Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2015 in een strafzaak. De advocaat van verdachte diende middelen van cassatie in namens hem. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 6 juni 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.