Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
13 juni 2017.
Hoge Raad
Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Echter heeft betrokkene niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijk middelen van cassatie ingediend, zoals vereist volgens art. 437 lid 2 juncto Pro art. 511h Sv.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van betrokkene in het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat niet is voldaan aan het formele vereiste van het indienen van middelen van cassatie binnen de gestelde termijn.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 13 juni 2017. De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep, waarmee het cassatieberoep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.