Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 september 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 februari 2016. De verdachte werd veroordeeld voor het openbaar maken en verstrekken van inlichtingen met betrekking tot het bezoek van de Dalai Lama, in strijd met artikel 98 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Namens verdachte stelde advocaat O.J. Much een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd op 5 september 2017 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de raadsheren A.J.A. van Dorst (voorzitter), Y. Buruma en V. van den Brink aanwezig waren. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.