ECLI:NL:HR:2017:2255

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 september 2017
Publicatiedatum
5 september 2017
Zaaknummer
16/01185
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 98 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake openbaar maken inlichtingen bezoek Dalai Lama

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 februari 2016. De verdachte werd veroordeeld voor het openbaar maken en verstrekken van inlichtingen met betrekking tot het bezoek van de Dalai Lama, in strijd met artikel 98 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Namens verdachte stelde advocaat O.J. Much een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal G. Knigge concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd op 5 september 2017 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de raadsheren A.J.A. van Dorst (voorzitter), Y. Buruma en V. van den Brink aanwezig waren. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

5 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/01185
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 3 februari 2016, nummer 22/001756-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 september 2017.