Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:2268

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2017
Publicatiedatum
7 september 2017
Zaaknummer
17/02159
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROBOPZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot cassatie inzake machtiging voortgezet verblijf na intrekking voorwaardelijk ontslag BOPZ

Deze zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake een machtiging tot voortgezet verblijf onder de BOPZ. Betrokkene had voorwaardelijk ontslag gekregen, dat later werd ingetrokken, waarna de vraag rijst of de machtiging tot voortgezet verblijf daarmee is beëindigd.

De rechtbank had de machtiging gehandhaafd, en betrokkene stelde hiertegen beroep in cassatie in. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat van betrokkene reageerde op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarmee wordt het beroep verworpen en blijft de beschikking van de rechtbank in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft van kracht.

Uitspraak

8 september 2017
Eerste Kamer
17/02159
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
de OFFICIER VAN JUSTITIE AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 621724/FA RK 17.61 van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 7 juli 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
8 september 2017.