Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 september 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake een machtiging tot voortgezet verblijf onder de BOPZ. Betrokkene had voorwaardelijk ontslag gekregen, dat later werd ingetrokken, waarna de vraag rijst of de machtiging tot voortgezet verblijf daarmee is beëindigd.
De rechtbank had de machtiging gehandhaafd, en betrokkene stelde hiertegen beroep in cassatie in. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de advocaat van betrokkene reageerde op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarmee wordt het beroep verworpen en blijft de beschikking van de rechtbank in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft van kracht.