Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
slechts(mijn onderstreping: A-G) een voorwaardelijke machtiging betreft, is er geen grond voor ‘nawerking’ van de verstreken verblijfsmachtiging.”
Bovendien merk ik op dat de officier van justitie blijkens het memorandum van 25 oktober 2019, door de rechtbank aangeduid als het aanvullend verzoekschrift van de officier van justitie, het volgende heeft aangevoerd: