ECLI:NL:HR:2017:2318

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2017
Publicatiedatum
12 september 2017
Zaaknummer
15/05304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 22b SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste toepassing omzetting voorwaardelijke vrijheidsstraf in taakstraf

De zaak betreft het beroep in cassatie van een verdachte die door het hof was veroordeeld voor medeplichtigheid aan diefstal en terzake een gevangenisstraf van drie weken opgelegd kreeg, naast de last tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier weken. Het hof oordeelde dat art. 22b Sr de omzetting van de voorwaardelijke gevangenisstraf in een taakstraf in de weg stond.

De Hoge Raad stelt vast dat uit het Justitiële Documentatie-uittreksel en andere stukken niet blijkt dat de verdachte in 2012 een taakstraf heeft uitgevoerd, zoals het hof had aangenomen. Hierdoor is het oordeel van het hof onjuist en moet het arrest worden vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft.

De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal die vernietiging en terugwijzing adviseerde, zodat het hof Arnhem-Leeuwarden de zaak opnieuw moet beoordelen en afdoen. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 12 september 2017.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

12 september 2017
Strafkamer
nr. S 15/05304
MD/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 november 2015, nummer 21/004329-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Schreudering, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de last tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 18 augustus 2014 voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf, terugwijzing van de zaak naar het Hof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel richt zich tegen het oordeel van het Hof dat art. 22b Sr in de weg staat aan het omzetten van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in een taakstraf.
3.2.
Het Hof heeft de verdachte ter zake van "medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vier weken. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 tot en met 17 slaagt het middel.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is vastgesteld op 29 augustus 2017 en gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 september 2017.