ECLI:NL:HR:2017:2330

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2017
Publicatiedatum
13 september 2017
Zaaknummer
16/00244
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over feitelijke leiding geven aan verduistering en medeplegen witwassen

Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor feitelijke leiding geven aan verduistering door een rechtspersoon en medeplegen van witwassen. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Tevens waren er vorderingen van benadeelde partijen die deels niet werden toegewezen en waarvan sommige niet-ontvankelijk werden verklaard.

De Hoge Raad beoordeelde de middelen van cassatie die door verdachte en de benadeelde partijen waren ingediend. De klachten van verdachte over de bewijsmotivering en de toewijzing van vorderingen van benadeelde partijen werden verworpen. Ook de klachten van benadeelde partijen over de niet volledige toewijzing en niet-ontvankelijkverklaring van hun vorderingen faalden.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

12 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/00244
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 28 december 2015, nummer 21/004180-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.C. Huisman, advocaat te Deventer, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] heeft M. Tijken, advocaat te Oldenzaal, een verweerschrift ingediend en bij schriftuur telkens een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 september 2017.