ECLI:NL:HR:2017:2335

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
15/04748
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80, letters a onder 40, b en j, Wet belastingen op milieugrondslagArt. 26 IVBPRArt. 14 EVRMArt. 1 Eerste Protocol EVRMArt. 32, lid 1, letter i, Uitvoeringsregeling belasting op milieugrondslag
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg verpakkingenbelasting en toepassing logistieke hulpmiddelen uitzondering

Belanghebbende, een onderneming, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag verpakkingenbelasting over 2008. In hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd de aanslag bevestigd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'verkoop- of primaire verpakking' en de toepassing van de uitzondering voor logistieke hulpmiddelen in de uitvoeringsregeling.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en daarbij onder meer het gelijkheidsbeginsel betrokken. Het ging specifiek om kartonnen kokers (cones) met een lengte van minder dan 50 cm, en de vraag of deze onder de uitzondering voor logistieke hulpmiddelen vielen. De Hoge Raad oordeelde dat de beperking van deze uitzondering tot kokers, kernen, hulzen, spoelen en haspels vanaf 50 cm lengte geen onjuiste uitleg is en niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep werd gevolgd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee werd de uitspraak van het hof bevestigd en het beroep in cassatie ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.

Uitspraak

15 september 2017
nr. 15/04748
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 31 augustus 2015, nr. 13/00898, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 12/1273) betreffende een aan belanghebbende over 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de verpakkingenbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 15 november 2016 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1178).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 15/04744 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.