Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van discriminatie op grond van ras en etnische afkomst door het hanteren van een beleid waarbij slechts een beperkt percentage mannelijke allochtonen werd toegelaten tot een discotheek in Almere.
De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van diverse getuigen, waaronder aangevers die werden geweigerd vanwege hun huidskleur, en op een gesprek waarin werd gesproken over een 'allochtonentaks'. De verdediging ontkende betrokkenheid en stelde dat het toelatingsbeleid gericht was op een goede mix van bezoekers.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat niet duidelijk was of de verdachte als medepleger daadwerkelijk betrokken was bij het discriminerende beleid. De enkele omstandigheid dat verdachte mede-eigenaar was en op afstand toezichthouder, maakte dit niet voldoende aannemelijk.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het bestaande hoger beroep, waarbij het hof de motivering van de bewezenverklaring nader moet uitwerken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van bewezenverklaring medeplegen discriminatie.