Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van discriminatie in de uitoefening van een beroep, door het toepassen van een beleid waarbij een beperkt percentage mannelijke allochtonen werd toegelaten tot een discotheek in Almere.
Het bewijs bestond uit verklaringen van aangevers en getuigen, proces-verbalen van politieonderzoeken en een gespreksverslag van een bemiddelingsgesprek. Uit de verklaringen bleek dat de portier en hoofdportier een zogeheten allochtonentaks toepasten, waarbij donker gekleurde mannen werden geweigerd, terwijl blanke bezoekers wel werden toegelaten. De verdachte was mede-eigenaar en belast met de algemene leiding, maar hield zich vooral op afstand bezig met administratieve taken.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring onvoldoende onderbouwd was voor de kwalificatie medeplegen, omdat niet was aangetoond dat de verdachte een nauwe en bewuste samenwerking had met de andere betrokkenen bij het discriminerende beleid. De enkele omstandigheid dat hij mede-eigenaar was en administratieve taken verrichtte, volstond niet voor medeplegen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling. De conclusie benadrukt dat voor medeplegen een duidelijke intellectuele of materiële bijdrage vereist is, die in dit geval ontbrak.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor medeplegen discriminatie door de mede-eigenaar van de discotheek.