Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of de telefonisch geuite bedreigingen van verdachte jegens aangever, in het kader van een financieel geschil, zodanig waren dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.
De bedreigingen betroffen onder meer het dichtknijpen van de strot van aangever en het met een paar man naar aangever toekomen. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had eerder uitspraak gedaan in deze zaak, waarna verdachte cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 september 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest over bedreiging met misdrijf tegen het leven.