Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:2416

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2017
Publicatiedatum
19 september 2017
Zaaknummer
15/05686
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging strafoplegging wegens onvoldoende motivering eerdere veroordeling

De verdachte werd ter zake van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof motiveerde de straf onder meer met de stelling dat de verdachte eerder voor hetzelfde feit was veroordeeld, zoals bleek uit het Uittreksel Justitiële Documentatie.

De Hoge Raad oordeelde dat deze vaststelling niet zonder meer begrijpelijk was, aangezien het Uittreksel Justitiële Documentatie geen steun bood voor die eerdere veroordeling. Hierdoor was de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.

Het beroep van de verdachte werd daarom gegrond verklaard voor zover het de strafoplegging betrof. De Hoge Raad vernietigde de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Strafoplegging vernietigd wegens onvoldoende motivering en zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

19 september 2017
Strafkamer
nr. S 15/05686
BKL
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 24 november 2015, nummer 21/001473-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.L.A. Klaassen, advocaat te Vught, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt over de strafmotivering.
3.2.
De verdachte is ter zake van "overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994", veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd:
"Het hof is met de politierechter van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van het feit en het Uittreksel Justitiële Documentatie van 8 oktober 2015 waaruit blijkt dat verdachte eerder voor hetzelfde feit is veroordeeld, niet met een andere straf kan worden volstaan dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof ziet in het aangevoerde ter zitting geen aanleiding om af te wijken van hetgeen de oriëntatiepunten straftoemeting voor het onderhavige feit aangeven. Een dergelijke straf van hierna te noemen duur acht het hof passend en geboden."
3.3.
De vaststelling dat "verdachte eerder voor hetzelfde feit is veroordeeld" is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
3.4.
Het middel is terecht voorgesteld.
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 september 2017.