Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 september 2017.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar heeft geen middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijk gestelde termijn. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte.
De Hoge Raad beoordeelt dat het ontbreken van een schriftuur houdende middelen van cassatie binnen de termijn een schending is van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het beroep in cassatie.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.