ECLI:NL:HR:2017:2514

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2017
Publicatiedatum
28 september 2017
Zaaknummer
17/00234
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomsten- en vermogensbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de jaren 1995 en 1996, inclusief beschikkingen over verhoging en heffingsrente.

Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 12 juni 2015 de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van dat arrest.

In het tweede cassatiegeding heeft belanghebbende een middel voorgesteld, waarop de Staatssecretaris van Financiën heeft gereageerd. De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat.

De Hoge Raad wijst het beroep in cassatie af en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest is op 29 september 2017 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

29 september 2017
Nr. 17/00234
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 30 november 2016, nrs. BK‑15/00683 en BK-15/00684, betreffende de aan belanghebbende over het jaar 1995 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag in de vermogensbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake een verhoging en inzake heffingsrente.

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2015, nr. 14/04052, ECLI:NL:HR:2015:1551, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (nrs. 12/00938 en 12/01089), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2017.