In deze zaak stond de incasso van facturen voor boekhoudkundige werkzaamheden centraal. Eiseres had een overeenkomst van opdracht met verweerders en vorderde betaling van openstaande facturen. De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds uitspraak gedaan, waarbij het hof de vorderingen van eiseres had afgewezen.
Eiseres stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 mei 2015 en 26 januari 2016. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het geding in feitelijke instanties en behandelt het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld, die nihil zijn vastgesteld.