ECLI:NL:HR:2017:2523

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2017
Publicatiedatum
29 september 2017
Zaaknummer
16/04514
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens verjaring

In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal, die werd verweten de verjaringstermijn van een vordering te hebben laten verlopen. De eiseres had tegen de verweerster een procedure gevoerd waarin zij stelde schade te hebben geleden door het handelen van de advocaat.

De rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder over de zaak geoordeeld, waarbij het hof het beroep van eiseres had verworpen. Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. De klachten van eiseres werden onvoldoende onderbouwd geacht en boden geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarnaast werd eiseres veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en benadrukt het belang van een goede onderbouwing van stellingen in beroepsaansprakelijkheidszaken, vooral wanneer het gaat om het laten verlopen van verjaringstermijnen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

29 september 2017
Eerste Kamer
16/04514
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],
wonende op een voor derden geheim te houden adres,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/06/137180 HA ZA 13-121 van de rechtbank Gelderland van 12 juni 2013 en 26 maart 2014;
b. de arresten in de zaak 200.161.157/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2015 en 5 april 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 5 april 2016 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door mr. R.L. Bakels.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
29 september 2017.