ECLI:NL:PHR:2017:660
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens niet stuiten verjaring vordering financieel adviseur
Deze zaak betreft de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat wegens het niet tijdig stuiten van de verjaring van een rechtsvordering van eiseres tegen haar financieel adviseur. Eiseres stelde dat zij schade heeft geleden doordat de advocaat verzuimd heeft een procedure tijdig te starten, waardoor de vordering verjaard is verklaard.
De rechtbank en het hof hebben de vorderingen van eiseres afgewezen omdat zij onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld die aannemelijk maken dat zonder de beroepsfout de vordering tegen de financieel adviseur zou zijn toegewezen. Het hof oordeelde dat eiseres haar stelplicht en substantiëringsplicht niet had nageleefd en dat zij niet volstond met een verwijzing naar het procesdossier zonder een deugdelijke onderbouwing.
In cassatie betoogde eiseres dat het hof een te strenge maatstaf hanteerde en dat zij voldoende had gesteld in haar memorie van grieven. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat het oordeel voldoende is gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen. De zaak benadrukt het belang van een concrete en deugdelijke onderbouwing in beroepsaansprakelijkheidsprocedures.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; eiseres heeft onvoldoende gesteld voor toewijzing van haar beroepsaansprakelijkheidsvordering.